Verschillende vormen, risicostratificatie en antidiabetica
Basiskennis diabetes
Ca 5% DM2 is eigenlijk MODY en 15% LADA.
Vooral bij BMI < 27 kg/m2 of indien patiënt niet goed reageert op orale medicatie: denk aan MODY of LADA
Roken verlaagt de insulinegevoeligheid. Stoppen met roken verhoogt dit.
In eerste decennium 2000 ondanks verbeterende landelijke behandeling DM, geen reductie sterfte door HVZ. Wél na introductie SGLT2-remmers en GLP1-receptoragonisten. SGLT2 doet het net iets beter en kost minder, mogelijk over 5 jaar standaard add-on naast metformine. Niet zozeer voor verlaging glucose, als wel als cardioprotectie.[1]
Pre-diatetes (impaired glucose tolerance or impaired fasting glucose): combinatie metformine en leefstijlinterventie verlaagt risico op ontwikkelen diabetes met 17% tov alleen leefstijl (HR 0.83, ARR 19.8% -> 17.3%)[2]
Iedereen met diabetes en hartinfarct een SGLT2
Diagnose
2x nuchter glucose ≥ 7,0 mmol/L op 2 verschillende dagen
Nuchter ochtend en 1.5 uur na ontbijt, voor en 1.5 uur na de lunch, voor en 1.5 uur na avondeten en voor slapen
Overweeg vooral bij mensen met een BMI < 27 andere typen diabetes: maturity-onset diabetes of the young (MODY), latent autoimmune diabetes in adults (LADA) of ketosis-prone diabetes (KPD).
Bepaal bij iedere patiënt
Heeft deze patiënt zeer hoog risico?
Welk stappenplan volg ik?
Wat bepaalt zijn zeer hoge risico? Ischemie? Hartfalen? Nierfalen?
Wat is de streefwaarde voor HbA1c?
Welke riscifacgtoren zijn aanwezig bij de patiënt zonder zeer hoog risico?
Niet-medicamenteuze adviezen: niet roken, voldoende lichaamsbeweging, afvallen bij BMI > 25, gezonde voeding; verwijs naar een diëtist.
Standaard
Metformine
Hoger dan 1000mg 2dd niet erg effectief
Voeg een sulfonylureumderivaat toe (bij voorkeur gliclazide)
Voeg (middel)langwerkende insuline eenmaal daags toe (bij voorkeur NPH-insuline)
Alternatief: DPP4-remmer of GLP1-agonist (*bij BMI ≥ 30 of hoger en HbA1c < 15 mmol/mol boven de streefwaarde ivm onvoldoende hyperglycemische controle van GLP-1 tov insuline, zie tabel 11 NHG)
Intensiveer insulinebehandeling
Alternatief: DPP4-remmer of GLP1-agonist*
Zeer hoog risico
Behandeling heeft meer te maken met verlagen risico morbiditeit/mortaliteit door HVZ en nierfalen, dan met reguleren glucose.
SGLT2-remmer (ivm gunstig effect HVZ). Bij contra-indicatie voor SGLT2-remmer (bijvoorbeeld eGFR < 30 ml/min/1,73 m2 , zie ook tabel 9): start GLP1-receptoragonist*
Dapagliflozide 10mg (gunstiger kosten dan empagliflozine, zelfde conditie nierfunctie; empagliflozine is zowel 10 als 25 mg beschikbaar
Voeg metformine toe
Voeg een GLP1-receptoragonist toe bij een HbA1c < 15 mmol/mol boven de streefwaarde, zie tabel 11 NHG*
evt ophogen bij enig effect
bij geen effect, overweeg insuline (+GLP-1-ra en metformine)
Voeg een van de middelen uit het stappenplan voor patiënten zonder zeer hoog risico toe (combinatie van GLP1-receptoragonist met DPP4-remmer is niet rationeel en wordt ontraden)
* Bij een zeer hoog risico alleen vanwege hartfalen is er geen aangetoond voordeel van een GLP1-receptoragonist op harde eindpunten. SGLT2-remmer geïndiceerd bij decompensatio cardis vanaf NYHA II, ook zonder diabetes. SGLT2-remmer verlaagt risico hyperkaliëmie bij DM+hoogrisico of CNS zonder kans hypokaliëmie.[7][8]
Misvatting: een SGTL-2 remmer ivm hartfalen stelt DM2 uit. Namelijk bij personen met pre-diabetes leidt stoppen met DM-medicatie tot net zoveel diagnoses DM2 als bij placebo.[9]
Hypoglycemie
Serumglucose < 3,5 mmol/L met de daarbij passende symptomen.
Advies: 6 dextro's OF 16-20 gram suiker OF 2 eetlepels suiker opgelost in water. Daarna 2 boterhammen met zoet beleg.
Evt na 15 min gluc meten en na 1 uur. Bij onvoldoende resultaat (gluc ≥ 5,0 mmol/L): herhaal schema. Indien dan geen verbetering: contact.
niet-genezende wond aan de voet/gangreen van Fournier
Betere nieruitkomsten. Vermindering morbiditeit/mortaliteit HVZ. Tevens indicatie bij decompensatio cordis zonder DM. Voor beide werkingsmechanisme nog niet duidelijk. Tevens nierfalen.
Glifozins, a new class of diuretics that act by a new mechanism (lowering BP as well), have glucosuria as a relevant adverse effect in some patients, which is a limitation compared with traditional diuretics. The beneficial effect over uric acid, if sustained, is an advantage over thiazide diuretics, and may have clinical implications in managing patients prone to developing gout.[10]
oraal: semaglutide (Rybelsus) begindosis 3 mg 1×/dag; na 1 maand moet de dosering worden verhoogd naar 7 mg 1×/dag. Na ten minste 1 maand met een dosering van 7 mg 1×/dag, de dosering zo nodig verder verhogen naar max. 14 mg 1×/dag.
Effectiviteit op cardiovasculaire eindpunten betwist, onderzoek gaande. Ander bezwaar tegen semaglutide oraal is dat het effect niet makkelijk te voorspellen is door:
hoge variatie in absorptie tussen personen, en binnen persoon: de absorptie wordt minder bij gelijktijdige inname met voedsel of grote hoeveelheden water. Vasten na inname leidt juist weer tot een hogere absorptie.
Orfoglipron (oraal, small molecule, non-peptide)
Fase 3-studie: 12 mg 1dd is effectief in verlagen HbA1c na 40 wk[11]
Bij inadequate diabetesregulering met metformine monotherapie, orforglipron 12 mg en 36 mg (nipt) superieur aan semaglutide 7 mg en 14 mg mbt HbA1c na 1 jaar.[12]
Activereert de GLP1-receptor, dit leidt tot: stimulering glucoseafhankelijke insulinesecretie door β-cellen van de pancreas; onderdrukking van de
glucagonafgifte, waardoor de hepatische glucoseafgifte daalt; vertraging van de maaglediging, waardoor glucose uit voedsel minder snel wordt opgenomen; toename van verzadigingsgevoel en vermindering van het gevoel van trek en honger (liraglutide).
Zorgt ervoor dat lichaamseigen GLP-1 langer in het lichaam blijft (inactivatie van GLP-1 vertraagd). Nooit samen met GLP-1.
Voorkomt hydrolyse van incretinehormonen door DPP-4. Hierdoor stijgen plasmaconcentraties van actief GLP-1 en GIP (glucose-afhankelijke insulinotrope polypeptide). Dit leidt tot: stimulering glucoseafhankelijke insulinesecretie door β-cellen en onderdrukking glucagonafgifte waardoor verlaging bloedglucose.
Bijwerking: vaker cholecystitis (OR 1.43) en galblaasaandoeningen in het algemeen (OR 1.22)[14]
Insuline (bijna alle pennen bevatten 300 EH in 3 ml)
Alle patiënten met DM2 en insuline: braken = bellen (ivm risico HHS)
"Langwerkend" insuline bestaat eigenlijk niet, alleen vertraagde resorberende
Kort (max na 45-90 min, uitwerking na 4-5 uur)
Novorapid / aspart
Humalog / lispro
Apidra / glulisine
(Middel)langwerkende humane NPH-insuline (max na 4-6 uur, uitwerking na 16 uur). Te gebruiken bij DM2 gezien insulinebehoeftig en niet 24 uurs -afhankelijk. Werkt uitstekend op nachtelijke hyperglycemie te voorkomen. Weinig kans op hypo's (itt ultrastrak ingestelde onderzoekspopulatie).
10,0 mmol/L grens voor glucosurie (renal threshold)[16]
10,5 mmol/L of HbA1c 64 mmol/mol bij chronische DM
Bij DM1 uitgebreid gunstige ervaring met insulinepomp. Dit blijkt voor DM2 ook betere glucoseregulatie te geven dan met handmatig spuiten.[17]
Tijd in targetgebied met 14% toegenomen, andere uitkomsten ook beter, geen toegenomen kans hypo's
2-4-6-regel
Kan alleen met snelwerkend insuline, alleen bij klinisch goed genoeg om thuis te blijven
2: iedere 2 uur BG meter, tot BG < 15 mmol/L
4 EH bij gluc 15-20 mmol/L
6 EH bij gluc > 20 mmol/L
Overige middelen (niet aangeraden in NHG standaard)[18]
Acarbose
De toepassing van acarbose wordt beperkt door het frequent optreden van darmklachten, met name flatulentie (minder bij langzaam optitreren). Op grond van vooral de langetermijnveiligheid is er een voorkeur voor acarbose boven pioglitazon.
Pioglitazon
Pioglitazon gaat mogelijk gepaard met een verhoogd risico op fracturen en er is onduidelijkheid over het optreden van ernstige bijwerkingen, zoals blaaskanker, hartfalen en pneumonie.
Repaglinide
Repaglinide is qua werkingsmechanisme te vergelijken met de SU-derivaten. Een voordeel van repaglinide is dat het vlak voor de maaltijd wordt ingenomen en de maaltijden niet op vaste tijdstippen hoeven plaats te vinden.
LADA (Latent Autoimmune Diabetes of the Adult)
In feite gewoon DM1, meestal voor 40-60e levensjaar. Insuline optimale behandeling.
40-55 jaar met tekenen van hyperglycemie (dorst, veel plassen, gewichtsverlies)
Vaak BMI < 28
Verhoogd risico andere auto-immuunziekten, zoals schilkdlierfunctieafwijkingen en coeliakie
Soms aanvankelijk per abuis als DM2 behandeld; al behandelend valt op dat streefwaarden lastig te halen zijn en orale antidiabetica onvoldoende effectief zijn. Stap op insuline, dan adequate behandeling
MODY (Maturity-onset diabetes of the young)
Is geen probleem insulineresistentie, maar van betacel (niet-gehele insulinedeficientie). SU-derivaten goede behandeling.
Positieve FA andere auto-immuunziekte
Autosomaal dominant overervende aandoeningen waarbij een monogenetisch bètaceldefect
Bij dragerschap: jaarlijks screening incl fructosamine
Het C-peptide is een maat voor de eigen insulineproductie en bepaling daarvan in de tweede lijn kan soms nuttig zijn om onderscheid te maken tussen de verschillende typen diabetes. Deze bepaling laat zien of de bètacel zelf nog insuline maakt. Ze moet altijd gecombineerd worden met een nuchtere glucosebepaling, om een uitspraak over de eigen insulineproductie te kunnen doen. Het C-peptide moet immers hoger zijn bij een hogere glucosewaarde. Ook aan deze bepaling zitten haken en ogen ten tijde van de diagnose. Bij acute insulinedeficiëntie kunnen de C-peptidewaarden nog voldoende hoog lijken, terwijl behandeling van insuline al noodzakelijk is. Daarnaast duurt de uitslag van deze test een aantal dagen/weken en heeft de bepaling van het C-peptide dus geen meerwaarde tijdens de eerste beoordeling in de huisartsenpraktijk. Bij aanhoudende twijfel kan in overleg met de kaderhuisarts diabetes deze bepaling eventueel worden overwogen.
C-peptide heb je random niets aan; vooral gebruikt om insulinoom te diagnosticeren. Eventueel in de vorm van HOMA als wetenschappelijk instrument, klinisch niet erg nuttig[22]
Insuline + glucose = surrogaat voor insulineresistentiemeting (dus niet voor insulinedeficientie cq DM1 en LADA)
Acute diabetische ontregeling op de HAP (Langerhans)[23]
Acute Diabetesgerelateerde problemen Langerhans link
Hyper, hypo, verkeerde insuline gespoten, te veel EH of dubbel gespoten, vergeten te spuiten, wil niet eten maar moet spuiten
Vraag: DM1 of DM2! Hoe lang al insuline? Welke medicatie? Leeftijd/BMI geen goede indicatie.
Snelwerkende ipv langwerkende insuline gespoten voor de nacht
Direct bloedglucosebepaling doen. Eerste 2-3 uur: minimaal iedere 30 minuten herhalen, tot ca 5 uur na injectie
Insuline aspart: werking maximaal na 1–3 uur; werkingsduur: 3–5 uur.[24]
Direct koolhydraten innemen. Hoeveelheid afhankelijk van aantal EH.
Vraag naar aantal eenheden snelwerkende insuline dat normaal gespoten wordt voor maaltijd. Als nu 3x zoveel gespoten, een redelijk idee an hoeveel er nu gegeten moet worden.
Boterham met jam/hagelslag, bord pasta (géén kaas)
Langwerkenede insuline alsnog geven?
DM1: halve dosis ochtend erna
DM2: weglaten
Lang ipv snel
Type 1 of type 2? Reden van vergissing, dd cognitieve achteruitgang?
Direct BG
Eerste 7 uur: ieder uur BG
Vervolgens iedereen 1-2 uur tot max 24 uur
Niet bijspuiten zolang normoglycemisch. Bij-eten ip niet nodig.
beter niet behandelen met insuline, focus op voldoende vochtintake
Bottom-line:
niet iedere incidentele ontregeling behoeft insuline bijspuiten (wel bijspuiten is niet per se verkeerd, maar waarschijnlijk dan veel langere ontregeling vs weinig winst van bijspuiten bij incidentele hyperglycemie)
misvatting dat bij braken en niet eten de insuline altijd moet worden verminderd (cave HHS)
HHS heeft hoge mortaliteit (bij goede behandeling 10-15%)
Uitlokkende factoren: o.a. infectie
Bij insulinetherapie: braken = bellen
Loopt vaak goed af, maar extra zorgvuldigheid vereist. Als aanhoudend braken, niet-zakkend glucose, mn glucose richting 30 etc. gluc rond 20 nog speling)
Bij dreigende HHS, in goede toestand (braken <2-3 uur, compos mentis) met redelijk glucose dat reageert op insuline:
Gewoon insuline spuiten volgens 2-4-6 (anders ketoacidose)
Heel veel drinken (kleine hoeveelheden, 200ml/uur)
Terug laten bellen met glucosewaarde na 2 uur, in eigen agenda zetten
Bij ernstige HHS: plasma-glucose >30 → met spoed insturen
Braken >3-4 uur
Diabetische keto-acidose DKA
Absoluut insulinetekort (cave soms ook bij DM2, mn bij mensen negroide en caribische achtergrond).
Direct subcutaan insuline spuiten (basaal) icm i.v. insuline (+ vocht en kalium), verbetert uitkomsten in vergelijking met alleen intraveneuze therapie[25]
Maak bij het testen van de protectieve sensibiliteit gebruik van een 10 grams Semmes-Weinstein monofilament, waarbij volstaan kan worden met het testen op drie eeltvrije plaatsen (plantaire zijde hallux, plantaire zijde metatarsale 1 en plantaire zijde metatarsale 5).
Bepaal bij afwezige pulsaties (zowel van de a. dorsalis pedis als van de a. tibialis post.) een Doppler-signaalmeting en bij afwijkingen hiervan (mono- of bifasische tonen) een Enkel-Arm Index (EAI).
Sims-classificatie vaststellen
Vernoemd naar David S. Sims, die de combinatie van risicofactoren leidend door een voetulcus beschreef.
Nuchtere waarde niet aangedaan, meet eind van de middag-avond → advies tussen 15-16 uur meten, dan contact EHA
Wel behandelen als dreiging gluc >15
Hypoglycemie en bewustzijnsverlies
Gebruikt patient SU-derivaat/langwerkende insuline die hypo mogelijk veroorzaakt heeft?
Ja:
Laat glucagon i.m/s.c. spuiten indien aanwezig
glucagon nasaal (Baqsimi 3mg in 1 neusgat, eenmalig (cave niet in lucht spuiten: 1 dosis in spuit). Wordt passief opgenomen in slijmvlies)
Spoedvisite U1
Glucose i.v. minimaal 50-100 ml 10% (2e keus: 50% minimaal 20ml. Nadeel: erg lage pH → necrose indien IM of SC)
Indien niet mogelijk om infuus te prikken: evt geconcentreerd buccaal toedienen
Overweeg insturen bij lang aanhoudende hypo (bij langwerkende insuline)
Nee:
Laat glucagon i.m/s.c. spuiten indien aanwezig
Spoedvisite U1
Advies 2 boterhammen met zoet beleg
Herhaal glucosewaarden 15 min, 1 uur en 2 uur → Laat waarden aan HAP doorbellen, noteren tijd + naam op bord, anders nabellen
Hypo, maar wel aanspreekbaar
BG < 4 mmol/L
15-20 gram koolhydraten
Patient 83 jaar, al jaren DM, temp 39.1, braken en diarree
Braken = bellen! Cave HHS. DD Acuut MI (post aut propter)
Visite + LO: gluc, pols, turgor? Inschatting of patient thuis kan blijven qua klinisch beeld en adequaat toezicht. Geen kwestie of het thuis zou kunnen. Vraag is: is thuisblijven in belang van de patiënt?
Beleid: vochtintake belangrijker dan glucosewaarde! Indien duur klachten > 4 uur: echt insturen! Ook bij niet alert/adequaat genoeg.
Eerste uur liefst 500ml, daarna 100-200ml vocht/uur